De lobby van de ondernemingsraad

Met enige regelmaat komen er berichten in het nieuws van (groepen van) ondernemingsraden die een maatschappelijk standpunt innemen. Recent namen de OR-en van enkele vervuilende bedrijven het voortouw tegen de klimaatplannen van het kabinet in het algemeen en de geplande CO2-heffing in het bijzonder (https://fd.nl/economie-politiek/1296280/ondernemingsraden-adviseren-regering-af-te-zien-van-co-belasting) . Leuk detail is dat de OR-en het als een negatief advies presenteren van de ondernemingsraad van “BV Nederland” naar aanleiding van een voorgenomen besluit tot het eenzijdig overgaan op een CO2-belasting. Is dit wel verstandig voor een OR of juist niet?

In de eerste plaats moeten we vaststellen dat iedereen het recht heeft op vrije meningsuiting. Dat geldt uiteraard ook voor de OR. De Wet op de Ondernemingsraden verbiedt lobbyen niet, maar benoemt het ook niet expliciet als taak van de OR. De onderneming zelf of een werkgevers- of koepelorganisatie lijkt de eerst aangewezene om invloed uit te oefenen op politiek of maatschappij.

In de tweede plaats kan het behoorlijk druk gaan worden met lobbyende ondernemingsraden. OR-en van vervuilende bedrijven maken bezwaar tegen de klimaatplannen, maar OR-en van bijvoorbeeld leveranciers van zonnepanelen steunen deze misschien juist. Dat gaat een hoop tijd kosten van de betrokken ondernemingsraden, die het vaak toch al druk hebben.

Verder moeten we bedenken wat een lobby van een OR doet binnen de raad of binnen het bedrijf. Een standpunt kan logisch zijn vanuit de werknemer of een OR-lid. Maar misschien denkt de werknemer er als burger heel anders over (en steunt deze juist een CO2-heffing). Namens wie spreekt de OR: namens of in opdracht van het bedrijf, namens de BV Nederland of namens de maatschappij als geheel?

Misschien wel het belangrijkste punt is de positie van de OR: stel dat de ondernemer met een voorstel komt voor een ingrijpende reorganisatie en verplaatsing van activiteiten naar het buitenland waarvan hij zegt dat deze rechtstreeks met de hoge CO2-heffing samenhangt. Krijgt de OR daarbij überhaupt nog wel voldoende invloed? Is de OR nog vrij genoeg om daarover objectief te adviseren?

Een lobby kan soms een effectief instrument zijn voor de belangen van een OR, maar een goede afweging vooraf van alle gevolgen is noodzakelijk.

Vergelijkbare berichten

  • De ondernemingsraad en de bestaanscrisis

    Veel ondernemingsraden hebben met enige regelmaat met adviesaanvragen te maken met betrekking tot reorganisaties. Maar wat moet de ondernemingsraad doen als de onderneming in zwaar weer terechtkomt? Bij veel bedrijven zijn reorganisaties aan de orde van de dag. Om zich aan te passen aan nieuwe marktomstandigheden, om het productieproces te optimaliseren of om tegenvallende omstandigheden…

  • Big Data en de controller

    Big data staat volop in de belangstelling. Eerst werd het vooral gezien als onderwerp voor IT-freaks, de laatste tijd krijgt ook de controller steeds meer met Big Data te maken. Wat is big data? Big data betreft zo’n beetje alle gegevens die beschikbaar zijn: cijfers, tekst, video’s en geluiden. Het gaat om informatie uit databases,…

  • De accountant als fact checker

    Een nieuw fenomeen heeft de afgelopen verkiezingscampagne zijn intrede gedaan: de fact checker. In andere landen bestaat fact checking al langer, maar hier kwam het in 2012 pas goed van de grond. En het helpt, want menig politicus werd op zijn vingers getikt bij uitspraken die onjuist zijn. Belangrijker nog, het moet politici behoeden voor…

  • De onrendabele top

    In het spraakgebruik van woningcorporaties is het begrip ‘onrendabele top’ ingeburgerd. Wat is dat? De onrendabele top is het verschil tussen de investering in nieuwbouw en de bedrijfswaarde van deze nieuwbouw. De bedrijfswaarde wordt bepaald door (de contante waarde van) de toekomstige huuropbrengsten minus de toekomstige lasten. In de praktijk blijkt de bedrijfswaarde lager te…

  • Groot of klein

    Minister Bussemaker heeft onlangs voorgesteld de omvang van mbo-instellingen terug te brengen tot maximaal 5.000 studenten. De minister wil dat mbo’s herkenbaarder worden zowel voor studenten, ouders, docenten als voor het regionale bedrijfsleven. Waarom een instelling van 5.100 niet herkenbaar zou zijn en van 4.900 wel wordt niet duidelijk. Gelijktijdig hanteert de overheid ook ondergrenzen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *