Groot of klein

Minister Bussemaker heeft onlangs voorgesteld de omvang van mbo-instellingen terug te brengen tot maximaal 5.000 studenten. De minister wil dat mbo’s herkenbaarder worden zowel voor studenten, ouders, docenten als voor het regionale bedrijfsleven. Waarom een instelling van 5.100 niet herkenbaar zou zijn en van 4.900 wel wordt niet duidelijk.

Gelijktijdig hanteert de overheid ook ondergrenzen voor organisatieonderdelen. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) wil asielen van minimaal 300 asielzoekers, anders kan een asielzoekerscentrum geen goede bedrijfsvoering hebben. Waarom een grens van 250 asielzoekers niet rendabel zou kunnen zijn en van 350 wel wordt niet duidelijk.

Wij kunnen de vraag van de optimale organisatiegrootte vanuit de theorie en vanuit de praktijk bekijken.

Diverse wetenschappelijke onderzoeken hebben stilgestaan bij de gevolgen van een grotere organisatieomvang. Grotere organisaties kennen meer hiërarchische lagen, hetgeen leidt tot communicatieverliezen en perceptieverschillen tussen de lagen. Leiders komen bij een te grote omvang tot een te grote afstand van de werkvloer te staan en nemen daarmee suboptimale beslissingen. Ten slotte leiden gewenste beloningsverschillen tussen de hiërarchische lagen tot een kostenverhogend effect. Daarentegen bestaat bij kleinere organisaties de veronderstelling dat zij minder professioneel zijn en onvoldoende kennis in huis (kunnen) hebben om effectief en efficiënt te kunnen werken.

In de praktijk blijken verschillen tussen de prestaties niet of nauwelijks een correlatie te vertonen met de omvang van de organisatie. Er zijn inderdaad voorbeelden bekend van grote onderwijsinstellingen die niet herkenbaar zijn, in financieel zwaar weer zitten en problemen hebben met kwaliteit en student- en medewerkerstevredenheid. Maar er zijn ook succesvolle grote onderwijsinstellingen en problematische kleine. Kijk bijvoorbeeld ook naar de detailhandel. De ene na de andere grote winkelketen gaat failliet en er zijn nieuwe kleine succesvolle winkels. Maar ook veel kleine winkels stoppen en nieuwe grote detailhandelsketens groeien.

Daarbij nemen de verschillen tussen groot en klein alleen maar af. Vroeger hadden grote ondernemingen gemakkelijker toegang tot de kapitaalmarkt en kon men eenvoudiger middelen vrijmaken voor onderzoek en ontwikkeling. Tegenwoordig kunnen ook kleine bedrijven crowd funden en komen innovaties juist eerder van kleine dan van grote bedrijven.

Kortom: het is nuttig organisaties te beoordelen op het gebied van financiën, kwaliteit of tevredenheid van medewerkers, klanten of studenten. De omvang van de organisatie is daarbij echter zelden een verklarende factor.

Peter Kasteleyn

Vergelijkbare berichten

  • Leve de ondernemingsraad

    Er zijn nogal wat debacles langsgekomen de afgelopen jaren: Amarantis, COA, DSB, Fortis, Inholland, KPMG, Meavita, Philadelphia, Rochdale, het Ruwaard van Putten Ziekenhuis, Vestia, het VUMC, Woonzorg. De analyse van de oorzaak van deze affaires is opvallend hetzelfde. Het externe toezicht functioneert niet goed (AFM, DSB, Inspectie Gezondheidszorg, Ministeries, Waarborgfondsen, WSW, enz.). En het interne…

  • Kosten inzet politie

    De politievakbond ACP vindt dat er meer transparantie moet komen over het precieze prijskaartje van demonstraties. Dit naar aanleiding van het anti-Piet-protest dit weekend in Dokkum (De Telegraaf, 3 december 2017). Dit klinkt als een logische vraag. In onze tijd van ‘rendementsdenken’ moeten we ons bij besluiten (ook) laten leiden door de kosten. De vakbond becijfert…

  • Zijn organisaties beter in-control?

    Aan het begin van dit decennium zijn er omvangrijke ontsporingen bij grote ondernemingen en organisaties naar buiten gekomen. Enkele voorbeelden: In 2009 gaat Meavita failliet als gevolg van een cocktail van factoren zoals wanbeleid, interne (fusie)problemen en ict-miskopen in combinatie met een schraler wordende bekostiging. Hogeschool Inholland wordt in 2010 beticht fraude met examens, hetgeen…

  • Nieuwe regels

    De openbare verhoren van de Parlementaire Enquête Woningcorporaties zijn nog in volle gang en veel interviews bieden al interessante inzichten in de diverse affaires. Het gaat over Maserati’s en Audi’s, derivaten en renterisico’s en de eigen verantwoordelijkheid versus die van de anderen. Het rapport van de commissie komt in oktober beschikbaar en we mogen, denk…

  • Hebben managers cijfers nodig?

    Het is altijd leerzaam kennis te nemen van de visie en gezichtspunten van partij-ideologen of filosofen. In het NRC (van 19 mei jl.) stond een interessant interview met SP-ideoloog Ronald van Raak. Als het gaat over de marktwerking, zegt hij het volgende: “Weet je: hoe meer marktwerking je creëert, hoe meer bureaucratie je krijgt. Omdat…

  • Mogelijke wijzigingen in de regelgeving accountant

    In de Tweede Kamer wordt volop gesproken over de aanscherping van de regelgeving voor accountants (met name overigens bij beursgenoteerde ondernemingen en financiële instellingen). Er zijn diverse schandalen aan het licht gekomen waarbij men vraagtekens hoort te zetten bij de rol die de accountant heeft vervuld, zoals bij: Enron, Ahold, DSB, Rochdale en Vestia. In…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *