Zijn organisaties beter in-control?

Aan het begin van dit decennium zijn er omvangrijke ontsporingen bij grote ondernemingen en organisaties naar buiten gekomen. Enkele voorbeelden:

  • In 2009 gaat Meavita failliet als gevolg van een cocktail van factoren zoals wanbeleid, interne (fusie)problemen en ict-miskopen in combinatie met een schraler wordende bekostiging.
  • Hogeschool Inholland wordt in 2010 beticht fraude met examens, hetgeen leidt tot een forse daling van het aantal studenten en daarmee samenhangende financiële problemen.
  • Vestia beschikt in 2011 niet meer over genoeg liquiditeiten om extra onderpand te storten als gevolg van de negatieve marktwaarde van een zeer grote derivatenportefeuille.
  • In 2011 komt het beeld naar buiten dat dat de werksfeer binnen het COA verziekt is. De directeur zou er een schrikbewind op nahouden en zichzelf een salaris toekennen hoger dan de Balkenendenorm.

Dit lijstje is nog gemakkelijk aan te vullen met andere organisaties: Amarantis, Fortis, KPMG, Philadelphia, Rochdale, het Ruwaard van Putten Ziekenhuis, het VUMC en Woonzorg. Hoewel de lijst met voorbeelden verschillende achtergronden kennen, is er in alle gevallen sprake van dat de organisatie onvoldoende in-control is geweest en er problemen zijn met de interne checks and balances.

Ook vandaag de dag zijn er nog wel eens nieuwsberichten over bestuurlijke problemen of onregelmatigheden. Toch lijkt de frequentie van deze berichten veel minder en de omvang van de problemen aanmerkelijk lager. Hoe komt dat? Ik zie twee mogelijkheden:

  1. We hebben geleerd van de problemen in het verleden, de governance is verder verbeterd, de regelgeving is aangescherpt en de controlfunctie versterkt. Daardoor zijn er minder problemen.
  2. We leven nu in een economisch hoogconjunctuur. Problemen in governance en control doen zich nog steeds voor, maar deze kunnen worden gecompenseerd of afgedekt met positieve ontwikkelingen. Als het economisch tij omslaat, zullen soortgelijke problemen alsnog boven water komen.

Het eerste antwoord is het meest hoopvol, maar ik vrees dat het tweede antwoord zeker ook opgeld zal blijven doen.

Peter Kasteleyn

Vergelijkbare berichten

  • Blog: Fiscaliteit en absurditeit

    Onlangs heb ik op mijn kantoor een interessante en nuttige bijeenkomst bijgewoond van het fiscaal adviesbureau Arteros (www.arteros.nl). Het onderwerp was de gewijzigde fiscale wetgeving in relatie tot overheidsbedrijven en andere ontwikkelingen op het gebied van de vennootschapsbelasting voor non-profit organisaties. Nuttig omdat veel van onze klanten tot deze categorie behoren. Vennootschapsbelasting en non-profit organisaties…

  • Groot of klein

    Minister Bussemaker heeft onlangs voorgesteld de omvang van mbo-instellingen terug te brengen tot maximaal 5.000 studenten. De minister wil dat mbo’s herkenbaarder worden zowel voor studenten, ouders, docenten als voor het regionale bedrijfsleven. Waarom een instelling van 5.100 niet herkenbaar zou zijn en van 4.900 wel wordt niet duidelijk. Gelijktijdig hanteert de overheid ook ondergrenzen…

  • De onrendabele top

    In het spraakgebruik van woningcorporaties is het begrip ‘onrendabele top’ ingeburgerd. Wat is dat? De onrendabele top is het verschil tussen de investering in nieuwbouw en de bedrijfswaarde van deze nieuwbouw. De bedrijfswaarde wordt bepaald door (de contante waarde van) de toekomstige huuropbrengsten minus de toekomstige lasten. In de praktijk blijkt de bedrijfswaarde lager te…

  • Big Data en de controller

    Big data staat volop in de belangstelling. Eerst werd het vooral gezien als onderwerp voor IT-freaks, de laatste tijd krijgt ook de controller steeds meer met Big Data te maken. Wat is big data? Big data betreft zo’n beetje alle gegevens die beschikbaar zijn: cijfers, tekst, video’s en geluiden. Het gaat om informatie uit databases,…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *