Due diligence voor toezichthouders

Een recent artikel pleit ervoor dat nieuwe toezichthouders een due diligence moeten uitvoeren bij de onderneming waartoe men wil toetreden. (‘Tijd voor gepaste zorgvuldigheid bij toetreden tot raad van commissarissen’, Financieel Dagblad, 23 februari 2017). Dat lijkt me een nuttige aanbeveling. Als bedrijven fuseren, dan volgt over en weer een uitgebreide doorlichting onder andere met betrekking tot de financiële positie, lopende contracten en het risicoprofiel. Dat zijn allemaal onderwerpen die ook voor een toekomstig toezichthouder van belang zijn. Zeker met het oog op de risico’s die toezichthouders lopen als het misgaat. Curatoren, vakbonden en schuldeisers kunnen commissarissen nog jaren achterna zitten als een onderneming failliet gaat.

Een minstens even belangrijk onderdeel van deze due diligence is een beoordeling van de toekomstige collega-toezichthouders en bestuurder(s) van de onderneming. Dat zijn immers de mensen met wie de commissaris moet gaan samenwerken. En als er twijfels zijn over bijvoorbeeld de kwaliteit en de onafhankelijkheid van de raad of de integriteit van de bestuurder, dan lijkt het verstandig het commissariaat niet te aanvaarden. Overigens betreft deze beoordeling ook de eigen ervaring en achtergrond. Vindt de beoogde commissaris dat hij/zij de relevante kennis en ervaring om de onderneming verder te helpen? Past de commissaris goed bij de overige toezichthouders in de raad?

Ik onderschrijf nut en noodzaak van een goed vooronderzoek. Veel te vaak wordt de voordracht tot een lidmaatschap van een RvC of RvT als eervol of een mooie kans beschouwd. Bezint eer ge begint! Maar toch schuurt het ook wel: Wie wordt er nog commissaris bij de onderneming die er financieel slecht voorstaat en een matig functionerend bestuur en commissariaat heeft? Laten we dergelijke organisaties links liggen, omdat de (persoonlijke) risico’s te groot zijn? Dan ontstaat een self-fulfilling prophecy. Dát kan toch ook niet de bedoeling zijn van een due diligence in combinatie met steeds strengere wet- en regelgeving en bestuurdersaansprakelijkheden.

Peter Kasteleyn

Vergelijkbare berichten

  • Hebben managers cijfers nodig?

    Het is altijd leerzaam kennis te nemen van de visie en gezichtspunten van partij-ideologen of filosofen. In het NRC (van 19 mei jl.) stond een interessant interview met SP-ideoloog Ronald van Raak. Als het gaat over de marktwerking, zegt hij het volgende: “Weet je: hoe meer marktwerking je creëert, hoe meer bureaucratie je krijgt. Omdat…

  • Blog: Fiscaliteit en absurditeit

    Onlangs heb ik op mijn kantoor een interessante en nuttige bijeenkomst bijgewoond van het fiscaal adviesbureau Arteros (www.arteros.nl). Het onderwerp was de gewijzigde fiscale wetgeving in relatie tot overheidsbedrijven en andere ontwikkelingen op het gebied van de vennootschapsbelasting voor non-profit organisaties. Nuttig omdat veel van onze klanten tot deze categorie behoren. Vennootschapsbelasting en non-profit organisaties…

  • Groot of klein

    Minister Bussemaker heeft onlangs voorgesteld de omvang van mbo-instellingen terug te brengen tot maximaal 5.000 studenten. De minister wil dat mbo’s herkenbaarder worden zowel voor studenten, ouders, docenten als voor het regionale bedrijfsleven. Waarom een instelling van 5.100 niet herkenbaar zou zijn en van 4.900 wel wordt niet duidelijk. Gelijktijdig hanteert de overheid ook ondergrenzen…

  • Zijn organisaties beter in-control?

    Aan het begin van dit decennium zijn er omvangrijke ontsporingen bij grote ondernemingen en organisaties naar buiten gekomen. Enkele voorbeelden: In 2009 gaat Meavita failliet als gevolg van een cocktail van factoren zoals wanbeleid, interne (fusie)problemen en ict-miskopen in combinatie met een schraler wordende bekostiging. Hogeschool Inholland wordt in 2010 beticht fraude met examens, hetgeen…

  • De onrendabele top

    In het spraakgebruik van woningcorporaties is het begrip ‘onrendabele top’ ingeburgerd. Wat is dat? De onrendabele top is het verschil tussen de investering in nieuwbouw en de bedrijfswaarde van deze nieuwbouw. De bedrijfswaarde wordt bepaald door (de contante waarde van) de toekomstige huuropbrengsten minus de toekomstige lasten. In de praktijk blijkt de bedrijfswaarde lager te…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *